De prijzen voor ruwe olie blijven stijgen. Maandag kwam de prijs voor een vat Brentolie zelfs boven de 70 dollar (58 euro) uit, het hoogste punt in meer dan een jaar. De prijs voor een vat West Texas Intermediate (WTI) bereikte het hoogste punt in ruim twee jaar. Ook brandstofprijzen stijgen al geruime tijd.

Bij de uitbraak van de coronacrisis daalden de prijzen van ruwe olie zeer snel. In april schommelde de prijs voor een vat Brentolie zelfs even rond de 20 dollar (bijna 17 euro) per vat. Dat kwam onder meer door een sterk verminderde vraag naar olie, omdat er minder werd gereisd en minder woon-werkverkeer was.

Sinds het najaar stijgen de prijzen juist weer. Dat werd toen mede ingegeven door gunstige berichten over coronavaccins. Zo kwam in december de prijs voor een vat Brentolie voor het eerst in lange tijd boven de 50 dollar (42 euro) per vat uit. Sindsdien gingen de prijzen alleen maar verder omhoog.

Zondag vond er bovendien een droneaanval van Jemenitische rebellen plaats op diverse olie-installaties in Saoedi-Arabië, wat mogelijk zorgt voor extra schaarste op de oliemarkt. Het is al de tweede aanval deze maand.

Mede daardoor tikte een vat Brentolie maandagochtend de prijs van 71,38 dollar (59,97 euro) aan, het hoogste punt sinds 8 januari 2020. Voor een vat Amerikaanse WTI-olie werd 67,69 (bijna 57 euro) dollar betaald, wat het hoogste bedrag is sinds oktober 2018.

Brandstofprijzen stijgen ook al enkele maanden

De stijgende olieprijzen hebben ook invloed op de prijzen die automobilisten betalen aan de pomp. De gemiddelde landelijke adviesprijzen van benzine en diesel stijgen al enkele maanden.

De brandstofprijzen worden echter niet alleen bepaald door de prijs van ruwe olie. Ook het prijsbeleid van oliemaatschappijen en tankstationhouders speelt een rol. Daarnaast wordt er veel belasting over brandstof geheven.