Veel horecaondernemers en winkeliers moeten puzzelen om met de verhurende partijen tot een passende oplossing te komen voor de verschuldigde huur of zelfs achterstallige huur, zo blijkt zaterdag uit een reportage van De Telegraaf.

"Het populaire beeld is dat de verhuurder op een zak geld zit. Maar winkelpanden moeten door eigenaren worden onderhouden. Daarnaast zullen veel eigenaren rente moeten betalen aan de bank", zo wordt retailexpert Lennard Magis van vastgoedadviseur JLL geciteerd. Weer andere verhuurders zijn voor hun gezinsinkomen afhankelijk van de huurpenningen.

Aan de andere kant staan winkeliers en horecaondernemers die door de coronacrisis vrijwel hun gehele omzet in rook hebben zien opgaan. Gezien het grote aantal zaken dat in de problemen zit, is maatwerk nodig.

"Een huurder die gewoon open mag blijven, zoals een verswinkel, drogist of slijter, behandelen we anders dan horeca die van de overheid dicht moet", aldus een woordvoerder van vastgoedbelegger Wereldhave.

Winkelbestand tegen het licht houden

Een complicerende factor is dat er bij sommige winkels twijfels zijn over de toekomstbestendigheid, waardoor huurkortingen lastig te verantwoorden zijn. "Op een bepaald punt helpt huurkorting geven niet meer."

Betrokkenen verklaren tegenover De Telegraaf dat huurders en verhuurders er in 80 procent van de gevallen onderling met elkaar uitkomen. In 20 procent van de gevallen draait het uit op brieven en deurwaarders. Dat geeft te denken over het toekomstbeeld van de winkelstraat, zegt retailexpert Magis.

"Als dat kraantje van de overheidssteun wordt dichtgedraaid, zullen grote retailketens gaan kijken naar hun winkelbestand. Welke openblijven, welke dicht moeten. De komende maanden worden heel interessant."