Nederlandse vrouwen werken én verdienen nog altijd minder dan mannen. Een van de mogelijke oplossingen waar politieke partijen mee op de proppen komen, is gratis kinderopvang. Ook de Sociaal-Economische Raad (SER) pleit donderdag voor betaalbare opvang. Maar zorgt dit ervoor dat vrouwen meer gaan werken en daardoor uiteindelijk meer gaan verdienen per gewerkt uur?

Dit artikel werd al eerder gepubliceerd maar is geactualiseerd naar aanleiding van het nieuws over het advies van de SER.

De statistieken liegen er niet om: vrouwen verdienden in 2019 maar liefst 14 procent minder dan mannen. Daarnaast werken ze met 28,5 uur per week een stuk minder dan Nederlandse mannen, die op gemiddeld 39 uur per week zitten. Die deeltijdcultuur is heel diep ingesleten in onze samenleving, zegt Wil Portegijs, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

"We zijn van een samenleving waarin de vrouw voor de kinderen zorgde en de man werkte naar een soort anderhalfverdienersmodel gegaan", aldus Portegijs. En daar is de hele maatschappij op ingericht. "De kinderopvang is duur vergeleken met andere landen, het partnerverlof is vergeleken met andere landen kort en in sectoren waarin veel vrouwen werken is parttime de norm." Dat alles zorgt er volgens de onderzoeker voor dat vrouwen na hun eerste kind minder gaan werken en met de child penalty te maken krijgen.

In Nederland zien we de kinderopvang volgens Janna Besamusca, socioloog bij de Universiteit van Amsterdam (UvA), vooral als een plek om je kind naartoe te brengen zodat je zelf kan werken. Dat speelt volgens haar mee in de keuze om als moeder minder te werken.

"Veel Nederlanders vinden dat een kind het beste af is als het thuis wordt opgevoed, bij voorkeur door de moeder", zegt ze. "In bijvoorbeeld Scandinavië is dat heel anders. Daar is de opvang onderdeel van het onderwijssysteem en is het heel normaal om bij de opvang een deel van de opvoeding uit handen te geven."

Niet iedere vrouw gaat (meer) werken met gratis opvang

Het gevolg: Nederlandse vrouwen werken minder dan hun partners, zeker als er kinderen zijn. Maar is gratis of betaalbare kinderopvang dan een magische oplossing voor die ongelijke arbeidsparticipatie en loonkloof?

Niet helemaal, denkt Besamusca. Dat vrouwen door de maatregel meer gaan werken, lijkt zeker. "In 2005 werd kinderopvang door een wetswijziging plotseling financieel veel gunstiger voor ouders. Daarna zijn vrouwen naar schatting ongeveer 6 procent meer uren gaan werken. Maar dat komt vooral doordat vrouwen die al werkten, meer uren zijn gaan maken. Vrouwen die niet werken, krijg je met zo'n maatregel niet zo snel de arbeidsmarkt op."

“Als vrouwen meer uren gaan werken, maken ze makkelijker carrière en bereiken ze sneller de top.”
Joyce van der Wegen, bestuurslid bij Nederlandse Vrouwen Raad

Indirect heeft de maatregel wel effect op de loonkloof, zegt Joyce van der Wegen, bestuurslid bij de Nederlandse Vrouwen Raad (NVR). "Als vrouwen meer uren gaan werken, maken ze makkelijker carrière en bereiken ze sneller de top. Daardoor worden de verschillen in loon uiteindelijk ook kleiner."

Maar, zegt Van der Wegen ook: de loonkloof heeft nog veel meer oorzaken. "Vrouwen werken bijvoorbeeld relatief vaak in laagbetaalde sectoren, zoals de zorg en het onderwijs. En de loonkloof heeft een onverklaarbaar gedeelte: vrouwen worden minder betaald voor dezelfde uren van hetzelfde werk."

Gratis of betaalbare kinderopvang betekent dus zeker niet dat we binnen een paar jaar van de loonkloof af zijn. "We hebben een lange adem nodig, maar dit is een van de belangrijkste maatregelen die we kunnen nemen", zegt onderzoeker Portegijs. "Vrouwen krijgen veel tegenwind op de arbeidsmarkt en deze maatregel zou ze zeker helpen."