Het aantal mensen dat een vast dienstverband voor onbepaalde tijd heeft, is dit najaar voor het eerst in meer dan drie jaar gedaald. In oktober was zelfs sprake van de grootste afname sinds begin 2013, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS. Waarschijnlijk komt dit door de coronapandemie en de lockdownmaatregelen.

In oktober hadden ongeveer 5.304.000 werknemers een loondienstcontract voor onbepaalde tijd. Dat waren er zo'n 23.000 minder dan de maand ervoor. Dat was de grootste daling sinds januari 2013, toen de kredietcrisis op haar einde liep. In november kwam daar een afname van nog eens circa negenduizend bovenop.

Afgelopen najaar begon de tweede lockdown, toen medio oktober de cafés en restaurants hun deuren moesten sluiten. In december moesten ook onder meer niet-essentiële winkels, sauna's en zwembaden dicht. Welke invloed de lockdownverzwaringen van december hebben, is nog niet duidelijk. Cijfers over die maand heeft het CBS nog niet.

De daling van het aantal vaste contracten komt niet als een verrassing. Economen verwachtten dat bedrijven de aanhoudende pandemie niet door kunnen komen door alleen te snijden in het aantal tijdelijke contracten en flexwerkers. Ook werknemers met een vast contract voor onbepaalde tijd zouden weleens aan de beurt kunnen komen bij reorganisaties. Die voorspelling lijkt uit te komen.

In de cijfers is ook te zien dat bij de uitbraak van de pandemie, in maart 2020, vooral flexkrachten en werknemers met een tijdelijk contract hun baan verloren. In maart, april en mei was zowel het aantal uitzend- en oproepkrachten als het aantal mensen met een tijdelijk dienstverband kleiner dan de maand ervoor. Pas in juni herstelde dit, al duurde dat herstel bij tijdelijke contracten nog wat langer.