Een Amerikaanse vader en zoon zijn maandag door de Verenigde Staten uitgeleverd aan Japan voor hun vermeende betrokkenheid bij de ontsnapping van Carlos Ghosn, de oud-topman van de Japanse autobouwer Nissan, eind 2019.

Voormalig Special Forces-lid Micheal Taylor en zijn zoon Peter Taylor probeerden op het laatste moment nog tevergeefs hun uitlevering te voorkomen bij het Hooggerechtshof. De twee mannen uit de staat Massachusetts vrezen dat ze in Japan geen eerlijk proces zullen krijgen. Ze denken dat Japan hen alleen maar wil vervolgen omdat het Aziatische land ernstig in verlegenheid was gebracht door de ontsnapping van Ghosn.

De oud-topman van Nissan moest in Japan voor de rechter komen op verdenking van fraude en financieel wanbeleid. Eind 2019 wist hij het land op Hollywoodachtige wijze te ontvluchten terwijl hij op borgtocht vrij was.

Japan beschuldigt de vader en zoon ervan dat ze Ghosn hebben geholpen om te ontsnappen via de luchthaven Kansai in een zogeheten flightcase. Die kisten worden doorgaans gebruikt voor het vervoer van muziekinstrumenten en podiumdelen tijdens concerttours. De mannen zouden voor de ontsnapping zo'n 1,3 miljoen dollar (ruim 1 miljoen euro) hebben gekregen.

Amerikaan ontkent betrokkenheid zoon

Michael Taylor heeft de beschuldigingen nooit ontkend, maar benadrukt dat zijn zoon niets met de ontsnapping te maken heeft en ook niet in Japan was ten tijde van de vlucht. In het verleden runde Taylor zijn eigen beveiligingsbedrijf en werd hij ingehuurd door ouders om ontvoerde kinderen te vinden. Vorig jaar gaf hij een interview aan Vanity Fair waarin hij de ontsnapping van Ghosn in detail beschreef.

In oktober besloot het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken al dat de Taylors uitgeleverd mochten worden. Dit probeerden ze echter nog tegen te houden bij de rechter.

Ghosn verblijft sinds zijn ontsnapping in Libanon. De topman houdt vol dat zijn vervolging politiek gemotiveerd is.