Het aantal mensen dat een algemene bijstandsuitkering krijgt, is vorig jaar voor het eerst sinds 2016 toegenomen. Met name onder jongeren en personen met een migratieachtergrond kwamen er veel bijstandsontvangers bij, blijkt uit cijfers die het CBS maandag bekendmaakte.

Aan het eind van afgelopen jaar kregen 429.000 personen een algemene bijstandsuitkering. Dat zijn er veertienduizend meer dan aan het einde van het jaar ervoor, wat neerkomt op een stijging van 3 procent.

Het was de eerste stijging in vier jaar. Vooral in 2018 nam het aantal ontvangers fors af, met 24.000.

De coronacrisis speelde een belangrijke rol in de stijging van vorig jaar. Zo daalde het aantal ontvangers nog in het eerste kwartaal, toen de COVID-19-pandemie alleen in de laatste weken een rol speelde. In de drie daaropvolgende kwartalen kwamen er telkens meer bijstandsgerechtigden bij.

Toename van 12 procent onder jongeren tot 27 jaar

Onder jongeren tot 27 jaar was de toestroom richting de bijstand vorig jaar het grootst. Er kwamen er vierduizend bij, wat een stijging van maar liefst 12 procent betekende. Bij volwassenen tussen de 27 en 45 jaar was sprake van een toename van 4 procent, bij de groep tussen de 45 en de AOW-gerechtige leeftijd bleef de groei beperkt tot 2 procent.

Uit de gegevens van het CBS blijkt ook dat onder Nederlanders met een migratieachtergrond het aantal bijstandsontvangers sterker steeg dan onder personen met een Nederlandse achtergrond. Zowel bij personen met een westerse als een niet-westerse migratieachtergrond kwamen er 4 procent meer ontvangers bij. Dan gaat het om respectievelijk tweeduizend en negenduizend personen.

Onder personen met een Nederlandse achtergrond bleef de toestroom beperkt tot een plus van 2 procent, ofwel vierduizend personen.