Winkeliers in de non-foodsector kregen in januari te maken met de sterkste neergang van hun verkopen die ooit is gemeten. Ze verkochten in de eerste volle maand waarin de harde lockdown van kracht was bijna 38 procent minder dan een jaar eerder, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag. Het gaat om de sterkste daling sinds het statistiekbureau deze cijfers in 2005 begon bij te houden.

De kleding- en schoenenwinkels zagen hun omzet met meer dan 50 procent dalen. "Ook winkels in recreatieartikelen, winkels in meubels en woninginrichting en winkels in consumentenelektronica raakten een derde tot de helft van de omzet kwijt", aldus het CBS.

Met het oog op het rap toenemende aantal nieuwe besmettingen besloot het kabinet half december dat alle niet essentieel geachte winkels dicht moesten.

Deze week kondigde premier Mark Rutte aan dat klanten vanaf 3 maart op afspraak een winkel kunnen bezoeken. Maar de detailhandel reageerde veelal teleurgesteld op deze handreiking.

Voedingswinkels en drogisterijen deden het beter

Voedingswinkels en drogisterijen, die gedurende de lockdown mochten openblijven, laten een beter beeld zien. Drogisterijen verkochten 4 procent meer en winkels in voedings- en genotmiddelen draaiden 8,6 procent meer omzet. Het verkoopvolume steeg met 7,3 procent. Supermarkten zagen hun omzet in januari met bijna 10 procent stijgen.

De online verkoop groeide nog nooit zo snel als in januari. Alles bij elkaar werd via internet 92,1 procent meer omzet geboekt dan een jaar geleden. Webwinkels die het internet als primair verkoopkanaal hebben, verkochten 66 procent meer.

Wie zowel een fysieke winkel als een webwinkel heeft, groeide online met 128,7 procent. Ook dat is te wijten aan de sluiting van niet-essentiële winkels. Veel mensen waren daardoor op online winkelen aangewezen om een nieuwe jas of zitbank te kopen.