De Nederlandsche Bank (DNB) kreeg in 2020 voor het eerst in zeventien jaar minder bankbiljetten binnen dan ze er uitgaf. DNB verwijst zelf naar het stilgevallen toerisme, de sluiting van de winkels en mogelijk oppotten van contant geld.

Al sinds 2003 is de netto-uitgifte van bankbiljetten door de Nederlandse centrale bank negatief. Dat betekent dus dat er elk jaar meer biljetten binnenkomen dan ze er in circulatie brengt. Maar sinds vorig jaar is dit anders. De ontvangsten gingen omlaag met 25 procent, terwijl de uitgiftes maar 10 procent daalden.

De belangrijkste reden daarvoor is de val in het toerisme. Normaal gezien brengen toeristen uit landen waar vaak contant betaald wordt papieren geld mee naar Nederland. Nederlanders die op reis gaan, doen dat veel minder. Door corona zijn er 65 procent minder toeristen ons land binnengekomen en dus ook minder contant geld. In Amsterdam was die daling het sterkst zichtbaar.

Maar Nederlanders betaalden sowieso minder contant het afgelopen jaar. Door de sluiting van niet-essentiële winkels waren veel mensen genoodzaakt om online te shoppen voor bijvoorbeeld nieuwe kleren of een nieuwe zitbank. Daardoor gebeurden er meer online betalingen. Er werd in 2020 37 procent minder geld opgenomen bij een afhaalautomaat dan in 2019. En vanuit winkels werd er 34 procent minder geld afgestort naar de centrale bank.

Oppotten om hygiënische redenen

Als laatste reden verwijst DNB naar het zogenaamde oppotten van geld. Het aantal bankbiljetten in omloop nam in 2020 met 10 procent toe tot 26,5 miljard biljetten. De bank wijst erop dat het vertrouwen van de consument in de financiële sector niet gedaald is tijdens de pandemie, maar dat sommige mensen geen contant geld wilden gebruiken om hygiënische redenen of er niet mee konden betalen omdat winkels sloten of het papieren geld niet accepteerden.

DNB verwacht dat de uiteindelijke heropening van de horeca en winkels tot een herleving van het contant geld zal leiden, maar denkt dat de volumes wel lager zullen zijn dan voor de pandemie.