Het Britse pond kwam vrijdag voor de eerste keer sinds april 2018 op 1,40 dollar terecht. Beleggers hopen op een spoedig economisch herstel nu de Brexit rond is en er volop gevaccineerd wordt.

Het gaat het Verenigd Koninkrijk momenteel economisch niet voor de wind. De Brexit in combinatie met de besmettelijkere coronavirusvariant die in het land werd ontdekt, zorgden afgelopen jaar voor de scherpste economische daling in meer dan driehonderd jaar. De Britse economie ging over heel 2020 10 procent onderuit.

Toch geven beleggers de hoop niet op. De Britse regering kondigde al aan dat ze denkt dat de economie in het tweede kwartaal weer opveert door het succesvolle vaccinatieprogramma. Naar verwachting zullen tegen het einde van deze maand alle 70-plussers gevaccineerd zijn.

Ook voor ondernemers geldt een beter vooruitzicht, blijkt uit het maandelijkse PMI-onderzoek. De index die bij het onderzoek hoort, kwam deze maand uit op 49,8 punten. In januari stond die nog op 41,2 punten. Alles onder de vijftig punten duidt erop dat de ondervraagden een krimp verwachten, maar die is volgens de vooruitzichten op dit moment dus veel kleiner dan de voorbije maanden.

Maandag zou de Britse premier Boris Johnson aankondigen hoe hij de coronacrisis de komende maanden wil bestrijden. Mogelijk kondigt hij dan enkele versoepelingen aan.

Tegenvallend banenrapport in VS

De sterke stijging van het pond tegenover de dollar is niet volledig aan de Britse economie toe te schrijven. De dollar ging vrijdag namelijk omlaag door een tegenvallend banenrapport. Het aantal Amerikaanse aanvragen voor een werkloosheidsuitkering kwam de afgelopen week op 861.000 uit, het grootste aantal deze maand.

Tegenover de euro steeg het pond 0,8 procent, naar 1,16 euro.