Chauffeurs van taxidienst Uber mogen in het Verenigd Koninkrijk (VK) niet langer als zelfstandigen worden behandeld. Dat heeft het Britse hooggerechtshof, de hoogste rechterlijke macht van het VK, vrijdag geoordeeld. Zij worden voortaan gezien als een 'worker', een Britse arbeidsrelatie die grof gezegd ergens tussen werknemer en zelfstandige inzit.

Door het oordeel kunnen in potentie zo'n zestigduizend Britse Uber-chauffeurs recht krijgen op zaken als vakantiedagen en het minimumloon. Het taxiplatform zou daardoor flink hogere loonkosten kunnen verwachten. Verder zou de uitspraak gevolgen kunnen hebben voor de verdere platformeconomie, aangezien veel platformbedrijven op dezelfde manier werken.

De Britse zaak tegen Uber is niet uniek: het Franse hof van cassatie oordeelde in 2019 ook dat chauffeurs van het platform als medewerkers in plaats van zelfstandigen gezien moeten worden. Het hof concludeerde destijds dat er bij Uber "een relatie van ondergeschiktheid" is tussen de bestuurder en het bedrijf. "En dus biedt de bestuurder zijn of haar diensten niet aan als zelfstandige, maar als werknemer", concludeerde het hof destijds.

Eind vorig jaar stapte de grootste vakbond van Nederland, FNV, ook naar de rechter om een eind te maken aan de schijnzelfstandigheidsconstructies van Uber. "Uber handelt en gedraagt zich in alles als een werkgever. Ze bepaalt welke chauffeurs en auto's tot het platform toegelaten worden, het tarief waarvoor ze rijden en controleert de prestaties van chauffeurs", zei FNV-bestuurder Amrit Sewgobind destijds.

Correctie: In een eerdere versie van het artikel spraken we over werknemers. Dat was onjuist: in het Verenigd Koninkrijk heet de arbeidsrelatie een 'worker', wat niet hetzelfde betekent als werknemer in het Nederlands. Dit is daarom aangepast.