De Tuchtcommissie Banken heeft een medewerkster van een bank een beroepsverbod opgelegd, omdat zij rekeningen van 749 klanten had bekeken zonder dat ze daar een goede reden voor had. Bovendien kregen zeventien klanten later te maken met fraude of een poging daartoe, meldt de tuchtcommissie woensdag.

De vrouw mag vanwege het beroepsverbod zes maanden lang niet in de banksector werken. Ze werd eerder al op staande voet ontslagen door de bank waarvoor ze werkte.

Een andere medewerkster kreeg een beroepsverbod van drie maanden opgelegd, omdat ze op verzoek van een vriend informatie over een rekening had ingezien. De vriend wilde informatie over zijn vader, die overleden zou zijn.

Een derde bankmedewerkster mag vier maanden lang niet bij een bank werken, omdat ze een werkgeversverklaring had vervalst. Ze had die verklaring nodig om een overbruggingskrediet aan te vragen.

In de verklaring meldde de bank dat er een ontslagprocedure liep, maar deze informatie had de medewerkster weggehaald. De Tuchtcommissie Banken oordeelde dat ook voor dit soort zaken de bankierseed geldt. Ze werd vanwege het voorval ontslagen door haar werkgever.