Ambtenarenfonds ABP zag zijn financiële positie in januari verbeteren ten opzichte van een maand eerder, maakt het pensioenfonds maandag bekend. De dekkingsgraad van het grootste pensioenfonds was eind vorige maand 93,8 procent, terwijl dat aan het begin van de maand nog 93,2 procent was. Andere grote pensioenfondsen, waaronder PFZW, zagen hun dekkingsgraden juist dalen.

Zo zag het fonds voor zorgmedewerkers zijn dekkingsgraad dalen met 0,4 procentpunt zakken naar 92,2 procent. Ook metaalfondsen PME en PMT gingen er vorige maand op achteruit. Bij PMT was zelfs sprake van een daling van 2 procentpunt naar 94,2 procent. De daling was het gevolg van onder andere tegenvallende resultaten op beleggingen.

De dekkingsgraad is de verhouding tussen het geld dat een pensioenfonds in kas heeft en de uitgaven aan pensioenverplichtingen. Deze graadmeter wordt gebruikt om te bepalen of een fonds de pensioenuitkeringen moet verlagen. Dat is het geval als de dekkingsgraad aan het einde van een kalenderjaar beneden de 90 procent zakt.

Vorig jaar dreigde het bij enkele grote fondsen de verkeerde kant op te gaan. Uiteindelijk wisten de grote fondsen aan het einde van 2020 toch boven die kritieke grens uit te komen, waarmee verlagingen van de pensioenuitkeringen voorlopig van de baan zijn. Aan het einde van dit jaar wordt er opnieuw naar gekeken.

Het vijfde grote pensioenfonds, bpfBOUW, heeft zijn dekkingsgraad van eind januari nog niet naar buiten gebracht. Het bouwfonds stond er eind vorig jaar veel beter voor dan de overige vier grote fondsen. Dat de dekkingsgraad in januari onder de kritieke grens van 90 procent is gezakt, lijkt dan ook niet waarschijnlijk.