De Japanse economie, de derde economie van de wereld, kreeg vorig jaar een krimp van 4,8 procent te verwerken. Weliswaar was er een flinke groei in het laatste kwartaal, maar die kon de opdoffer van eerder dat jaar niet goedmaken. Toch was de stemming in het Oost-Aziatische land positief, getuige de recordstand van de Nikkei-index. De beursgraadmeter bereikte voor het eerst in dertig jaar een stand van meer dan 30.000 punten.

De economie van Japan is net als die van veel andere landen zwaar getroffen door de coronacrisis. In het tweede kwartaal moest het land een krimp van 28,7 procent noteren, de grootste daling sinds de Tweede Wereldoorlog. In de rest van het jaar herstelde de economie flink, onder meer door een groeiende export. Maar de groei bleek niet voldoende om de eerste jaarlijkse krimp sinds 2009 te voorkomen.

Toch was de daling van 4,8 procent kleiner dan verwacht. Beleggers reageerden enthousiast, wat ervoor zorgde dat de Nikkei voor het eerst sinds augustus 1990 boven de 30.000 punten uitkwam. De handelsdag is afgesloten met een stand van 30.084,15 punten, 1,9 procent hoger dan de vorige slotkoers.

Naar verwachting zal de Japanse economie vanwege het toenemende aantal besmettingen met het coronavirus in het eerste kwartaal van dit jaar opnieuw krimpen. Bovendien is het land trager met vaccineren dan veel andere landen.