Werknemers met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen, vallen vanaf 1 juli voor het eerst onder een cao. Vakbonden hebben daar donderdag een akkoord over bereikt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Cedris, de branchevereniging voor sociale werkbedrijven.

De collectieve arbeidsovereenkomst geldt voor werknemers met een dienstverband bij publieke organisaties die de Participatiewet uitvoeren. Die wet moet ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking aan werk komen.

De cao loopt 2,5 jaar en moet ingaan op 1 juli 2021. Het akkoord wordt in de komende weken aan de achterbannen van de bonden voorgelegd.

Als iemand met een arbeidsbeperking vanuit een sociaal werkbedrijf naar regulier werk doorstroomt, heeft diegene op basis van de cao een terugkeergarantie van twee jaar. "Lukt het even niet in je baan, dan hoef je geen uitkering aan te vragen en kom je meteen weer in dienst van de gemeente of het sociaal werkbedrijf. Dat geeft heel veel mensen een stukje zekerheid en rust", aldus FNV.

"Met deze cao wordt een nieuwe stap gezet naar een inclusieve arbeidsmarkt, een arbeidsmarkt waarop iedereen volwaardig kan meedoen", zegt voorzitter Job Cohen van de organisatie Cedris, die voor het eerst medeverantwoordelijkheid draagt voor een cao. Veel van de werknemers met een arbeidsbeperking zijn in vaste dienst van sociaal ontwikkelbedrijven.

"Dit is een historische cao", zegt FNV-onderhandelaar Marco Schipper. "Voor het eerst is er voor deze mensen een pakket met landelijke afspraken over hun loon, pensioenen, hoelang ze moeten werken, verlof en opleidingen."