De meeste mensen die afstuderen in het hoger onderwijs hebben vier jaar later een baan, blijkt dinsdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Van de mannen met een hbo-bachelor had 97 procent na vier jaar werk (95 procent bij wo-master), vrouwen met een hbo-bachelor en wo-master hebben in 95 procent van de gevallen werk gevonden.

Niet alle afgestudeerden kozen voor een baan in Nederland. Een deel ging weer terug naar school (9 procent bij hbo en 2 procent bij wo) of vertrok naar het buitenland. Mannen vertrekken vaker uit Nederland, terwijl vrouwen meer kiezen voor het oppakken van een nieuwe studie, blijkt uit de cijfers.

Van de alumni die na vier jaar nog in Nederland wonen en niet terug zijn gekeerd naar het onderwijs had bijna iedereen een baan. Mannen met een wo-master hebben vaker een voltijd dienstverband (91 procent) dan vrouwen (79 procent). Bij een hbo-bachelor lag dat percentage verder uit elkaar: 88 procent van de mannen en 67 procent van de vrouwen.

Of iemand een voltijd baan heeft hangt sterk af van de bedrijfstak. Na een hbo-bachelorstudie in de richting Taal & Cultuur is het aandeel voltijdwerkenden met 50 procent het laagst. Ook Onderwijs, Gezondheidszorg en Gedrag & Maatschappij scoren laag qua voltijdbanen. Volgens het CBS zijn het vaak vrouwen die kiezen voor die richtingen en verklaart dat het grotere verschil in voltijdbanen tussen de seksen.

Ook bij wo-masters zijn soortgelijke trends te zien, vooral in een studie Taal & Cultuur en Gedrag & Maatschappij vinden wo-afgestudeerden minder vaak een voltijdbaan. Het aandeel voltijdwerkers is na vier jaar hoog na een studie Economie, Techniek en Recht.

Het CBS gebruikte de data van mensen die zijn afgestudeerd in 2014; de coronacrisis is hierbij niet meegerekend.