Steeds meer mensen die nog op kantoor of op een bouwplaats werken, zijn bang om daar besmet te raken met het coronavirus. Dat blijkt vrijdag uit enquêtes van vakbonden FNV en CNV. Uit het onderzoek van FNV blijkt dat 65 procent van de mensen nu bang is om het coronavirus op te lopen op de werkplaats, tegenover 62 procent in november.

FNV noemt onder meer de bouw en industrie als voorbeelden van sectoren waar de angst voor coronabesmetting groot is.

Ruim vier op de vijf werkenden in deze sectoren vinden het lastig voldoende afstand te houden. Het werk vindt vaak plaats bij machines of in kleine ruimtes, waar vaak samengewerkt moet worden. Ook voelen bouwvakkers zich onveilig in busjes, waarin ze op weg naar het werk vaak met meerdere personen zitten, net als in de schaftkeet. In de retailsector bestaan zorgen dat leveranciers zich niet altijd aan de regels houden.

De grootste vakbond van Nederland noemt het beeld dat uit het onderzoek ontstaat "schrikbarend". "Als veiligheid en voldoende afstand niet gehandhaafd kunnen worden, moet de werkgever voldoende goede beschermingsmiddelen bieden en bijvoorbeeld meer busjes laten rijden", zegt FNV-vicevoorzitter Kitty Jong.

CNV keek in zijn eigen onderzoek specifiek naar fysieke beroepen. Daaruit ontstaat een vergelijkbaar beeld: 71 procent van de werkenden voelt zich regelmatig niet goed beschermd tegen coronabesmetting op het werk en 62 procent stelt dat de aandacht voor de maatregelen (gedeeltelijk) verslapt. Een kwart van de ondervraagden zou het liefst vanuit huis werken.

Voorzitter Piet Fortuin van CNV noemt de uitkomsten van het onderzoek van de vakbond "zorgelijk". Hij roept werkgevers op tot meer aandacht voor veiligheid op de werkvloer. Daarnaast pleit de vakbond voor meer onverwachte controles van de Inspectie SZW. "Als de veiligheid niet op orde is, volgt er een boete. Dit is een structureel probleem dat een structurele aanpak verdient."