Eind vorig jaar werkte bijna de helft van de werknemers thuis; ruim een derde deed dat volledig en zo'n 15 procent deels thuis en deels op locatie. Van de werknemers die niet of niet volledig thuiswerken, zegt een op de zeven dat wel te kunnen, maar dat van de baas niet te mogen of zelf niet te willen. Dat blijkt uit een donderdag gepubliceerd onderzoek van TNO over werken tijdens de coronacrisis.

Ongeveer de helft van de werknemers die minder thuiswerken dan zou kunnen, zegt toch naar het werk te gaan omdat het bedrijf dat wil. "De andere helft omdat ze dat zelf willen", aldus TNO. In totaal benut bijna een op de tien werknemers de mogelijkheid tot thuiswerken niet volledig, ondanks de oproep van het kabinet om thuis te werken als dat kan.

Voor het onderzoek zijn in november vorig jaar circa tienduizend werknemers ondervraagd. Ook in de zomer peilde TNO al eens hoe het werknemers vergaat tijdens de coronacrisis.

Het thuiswerken bevalt over het algemeen wel, hoewel de thuiswerkplek wel voor verbetering vatbaar is. Zo laat 45 procent van de thuiswerkers weten dat extra middelen nodig zouden zijn om een goede werkplek te creëren. Een groot deel van de thuiswerkers (90 procent) brengt dagelijks zes uur achter het beeldscherm door.

Dat is langer dan naar voren kwam uit het vergelijkbare onderzoek in de zomer van 2020. Bovendien zit de werknemer in zijn vrije tijd ook steeds meer achter een scherm, zo'n vijf uur per dag. "Dat is drie kwartier meer dan in de zomer." Evengoed is er bij de thuiswerkers geen toename van fysieke en mentale klachten.

In het onderzoek is de werksituatie van zelfstandigen niet meegenomen.