De Europese Commissie keurde woensdag een steunpakket van 35 miljoen euro voor het noodlijdende afvalbedrijf AEB goed. Dat geld stelde de gemeente Amsterdam al in 2019 beschikbaar, omdat het bedrijf toen diep in de schulden zat.

AEB is actief in Amsterdam en de buurgemeenten. Tot dit jaar was het bedrijf volledig in handen van de gemeente Amsterdam, maar die zette in januari een verkoopproces in gang nadat het bedrijf in financiële problemen was gekomen.

In juli 2019 moesten er door technische problemen zes verbrandingslijnen worden stilgelegd, waardoor een deel van het land in een afvalcrisis werd gestort. Dat zadelde AEB, met de gemeente als enige aandeelhouder, met een hoop schulden op.

De Amsterdamse gemeente maakte in totaal 80 miljoen euro aan noodkrediet vrij, waarvan uiteindelijk 35 miljoen euro werd gebruikt. Omdat dat geld niet binnen een half jaar terugbetaald werd, werd de lening omgevormd tot een zogenoemde herstructureringsbijdrage, waarvoor dan wel toestemming vanuit Brussel nodig was.

Om voor de miljoenensteun in aanmerking te komen, moest er wel worden gereorganiseerd. Zo werd er bespaard door onder meer het aandeel in de energiegroep Westpoort Warmte te verkopen. Dat werd overgenomen door de gemeente Amsterdam.

Volgens de Europese Commissie heeft de steun voorkomen "dat de afvalophaling werd stopgezet, wat zou geleid hebben tot ernstige sociale en gezondheidsgerelateerde problemen in de regio's waar AEB actief is". In 2026 zal AEB het bedrag naar verwachting volledig terugbetaald hebben.