Het percentage mensen dat deels of volledig thuiswerkt, is weer opgelopen en nadert het niveau van vorig voorjaar. Bovendien verwachten steeds meer mensen dat ze ook na de coronacrisis een deel van de week zullen blijven thuiswerken, blijkt maandag uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), een onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

In januari werkte 48 procent van de werkende Nederlanders een deel van de week thuis. In april lag dat percentage op 51 procent, waarna het in oktober terugliep tot 42 procent.

De cijfers wijzen erop dat het thuiswerken mensen nu zwaarder begint te vallen dan tijdens de eerste golf. Zo zeggen zes op de tien ondervraagden hun collega's te missen. En 24 procent ervaart fysieke klachten door het thuiswerken, zoals pijn in de rug of de nek.

Van de thuiswerkers heeft 14 procent er psychisch last van. Zij ervaren meer stress en zelfs depressieve gevoelens door het thuiswerken.

Het aandeel mensen dat verwacht na de coronacrisis minstens een uur per week te zullen thuiswerken, nam toe van 43 naar 45 procent. Voor de pandemie werkten Nederlanders gemiddeld 3,2 uur per week thuis, nu verwachten ze dat 6,9 uur per week te doen.