Het aantal vliegtuigpassagiers dat van en naar de vijf grootste Nederlandse vliegvelden vloog, daalde vorig jaar met 71 procent van 81,2 miljoen tot 23,6 miljoen. Het aantal passagiers was deze eeuw niet eerder zo klein, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

De daling van de vraag naar vliegtickets is het gevolg van de coronacrisis. Vanwege de pandemie wordt al maanden afgeraden om naar het buitenland te reizen. Daarnaast leiden maatregelen van nationale overheden, zoals een quarantaineperiode, ertoe dat mensen minder snel in het vliegtuig stappen.

Sinds het begin van de pandemie in maart 2020 daalde het aantal passagiers dat van en naar de vijf nationale luchthavens in Nederland vloog dan ook hard. Een kleine opleving in de zomermaanden, toen meerdere landen coronamaatregelen versoepelden, kon echter niet voortgezet worden.

Schiphol, de grootste luchthaven van ons land, kreeg met 20,9 miljoen vervoerde passagiers ruim 70 procent minder reizigers over de vloer. Eindhoven Airport, de tweede luchthaven van Nederland, vervoerde 2,1 miljoen passagiers, 69 procent minder. Procentueel gezien was Groningen Airport Eelde de grootste verliezer: daar nam het aantal reizigers met 90 procent af tot 17.500.

Ondanks de uitbraak van COVID-19 vlogen de mensen in 2020 grotendeels naar dezelfde landen als in 2018 en 2019. In 2020 werd iets meer (1,5 procent) vanuit en naar de landen binnen de EU gereisd, waarbij de top drie van de populairste landen hetzelfde bleef: het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Italië.

Waar het aantal passagiers en het aantal vluchten afnam, nam het aantal vrachtvluchten juist toe in 2020. De hoeveelheid door de lucht vervoerde vracht nam wel af: een daling van 6,2 procent tot 1,6 miljoen ton.