De culturele en creatieve sector in de EU heeft vorig jaar door de pandemie een financiële dreun van 199 miljard euro gekregen. Dat is 31 procent minder omzet dan het jaar ervoor, meldt adviesbureau EY dinsdag op basis van onderzoek. Vooral de podiumkunsten (-90 procent) en muziekindustrie (-76 procent) kregen het zwaar te verduren. Het verlies voor Nederland schat EY op ruim 30 procent.

Door de uitbraak van COVID-19 en de lockdowns zijn onder meer concerten en festivals afgelast en moesten theaters dicht. Door de maatregelen moest de totale bedrijfstak het vorig jaar met 444 miljard euro omzet doen, bijna 200 miljard euro minder dan in 2019. Volgens de onderzoekers is de sector daarmee een van de grootste verliezers van de pandemie. Alleen de luchtvaart zag zijn inkomsten verder dalen.

De verliezen zijn het grootst in Midden- en Oost-Europa, waarbij Bulgarije en Estland er negatief uitspringen met een min van 44 procent. Onder meer Nederland, België en Frankrijk kregen te maken met een omzetverlies van tussen de 30 en 35 procent.

Vrijwel alle bedrijfstakken in de cultuursector zagen de inkomsten teruglopen. Naast muziek en podiumkunsten was ook het verlies in onder meer de beeldende kunst, de boekensector en de architectuur fors. Het ging om dalingen van tussen de 20 en 40 procent. De enige branche die zich aan de malaise onttrok, was de game-industrie. Daar schoten de verkopen met gemiddeld 9 procent omhoog.

In sommige sectoren werd online meer verdiend dan voorheen, maar dat kon de offline verkoop niet compenseren. Zo kwam er bij de online muziekindustrie weliswaar 8 procent meer geld binnen, maar zakte de offline verkoop met 35 procent in. Een soortgelijke trend was te zien in de filmindustrie en bij verkopers van boeken, kranten en tijdschriften.

EY heeft het onderzoek uitgevoerd in opdracht van GESAC, de Europese koepel van auteursrechtenorganisaties, zoals het Nederlandse Buma/Stemra. De onderzoekers hebben gekeken naar de situatie in de 27 EU-landen en het Verenigd Koninkrijk.