In de Europese Unie zijn vorig jaar 18,9 procent minder commerciële voertuigen zoals vrachtwagens, bestelbusjes en bussen verkocht, blijkt dinsdag uit cijfers van de fabrikantenvereniging ACEA. In Nederland bedroeg de terugloop zelfs 22,8 procent.

Van Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje, de vier Europese landen met de grootste autoproductie, vielen in dat laatste land de hardste klappen. In Spanje ging het om een terugloop van ruim 26 procent. In het Verenigd Koninkrijk, dat geen EU-lid meer is, werden 22 procent minder commerciële voertuigen op kenteken gezet.

Vooral in de eerste helft van het jaar had de verkoop van bestelbusjes, bussen en vrachtwagens te lijden onder de coronacrisis. Fabrieken gingen op slot en ook dealers moesten hun activiteiten staken.

Van de vier categorieën die ACEA hanteert, werden vooral minder zware vrachtwagens - van 16 ton of meer - verhandeld (ruim 27 procent minder). Bij middelzware trucks (bijna 26 procent), lichte bedrijfswagens (18 procent) en bussen (20 procent) was de afname minder groot.

In absolute aantallen vormen de lichte bedrijfswagens veruit de grootste categorie. De afzet van deze busjes liep in de Europese Unie terug van 1,7 miljoen naar 1,4 miljoen stuks.

Nederlandse fabrikanten verkochten vorig jaar in totaal zo'n 71.500 bedrijfswagens, ook hier behoorde het overgrote deel tot de lichte categorie. In 2019 waren dat er nog zo'n 92.500.