Door de coronapandemie is vorig jaar wereldwijd 8,8 procent van het aantal werkuren verloren gegaan, wat neerkomt op 255 miljoen voltijdbanen. Dat zijn ongeveer vier zoveel werkuren als het aantal dat verloren ging tijdens de financiële crisis van 2009, blijkt maandag uit een rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

In de 27 lidstaten van de EU gingen vijftien miljoen voltijdbanen verloren, oftewel 8,3 procent van de werkuren. Nederland kwam er met een daling van 4,3 procent relatief goed van af, tegenover bijvoorbeeld een daling van 7,3 procent in België.

In Zuid-Europa vielen de hardste klappen met dalingen van respectievelijk 13,5 procent en 13,2 procent in Italië en Spanje. Het verlies van werkgelegenheid was wereldwijd het grootst in Noord- en Zuid-Amerika.

De IAO wijst erop dat het grootste gedeelte van het banenverlies zich niet zozeer vertaalt in werkloosheid, maar in inactiviteit. Vanwege alle beperkingen verlieten veel mensen de arbeidsmarkt of stopten ze met de zoektocht naar werk. "Wanneer alleen naar de werkloosheid wordt gekeken, wordt het effect van COVID-19 op de arbeidsmarkt drastisch onderschat", concluderen de onderzoekers.

Wereldwijd is de werkgelegenheid voor vrouwen met 5 procent afgenomen, tegenover een afname van 3,9 procent voor mannen. Vrouwen liepen een veel grotere kans dan mannen om de arbeidsmarkt te verlaten en inactief te worden. Ook jongeren werden relatief hard getroffen.

De organisatie ziet "voorzichtige tekenen van herstel", maar dat hangt wel sterk af van het succes van de vaccinatieprogramma's. In het meest optimistische scenario gaat ook dit jaar nog 1,3 procent van het aantal werkuren verloren en in het meest pessimistische geval 4,6 procent.