Luchtvaartmaatschappijen die op Nederland vliegen, mogen toch een alternatief sneltestprotocol toepassen voor de bemanning. Dat betekent onder meer dat KLM lange vluchten kan blijven uitvoeren zonder dat de maatschappij het risico loopt dat crewleden in het buitenland moeten achterblijven.

Ministers Hugo de Jonge (Volksgezondheid) en Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) hebben hier op basis van een positief advies van het Outbreak Management Team (OMT) mee ingestemd.

Crewleden moeten maximaal drie dagen voor vertrek een PCR- of LAMP-test laten afnemen en zich houden aan strenge quarantainemaatregelen tijdens het verblijf in het buitenland, aldus de bewindslieden.

Dat houdt in dat de crewleden zoveel mogelijk op hun hotelkamers moeten verblijven. Ook moeten luchtvaartmaatschappijen maatregelen treffen voor het vervoer van de luchthaven naar de verblijfplaats toe. Daarnaast ondergaan de crewleden bij vertrek vanaf Schiphol en bij terugkeer een sneltest.

'Protocol even veilig als sneltestverplichting'

Het protocol moet in overeenstemming zijn met de geldende RIVM-voorschriften. De Jonge en Van Nieuwenhuizen hopen dat de luchtvaartmaatschappijen het contact met de plaatselijke bevolking zo veel mogelijk inperken.

De ministers hebben vandaag de Tweede Kamer geïnformeerd over de alternatieve werkwijze, die volgens het OMT dezelfde veiligheid voor de volksgezondheid biedt als de verplichting voor een sneltest voor bemanningsleden vlak voor vertrek naar Nederland.

"Mocht een crewlid klachten ontwikkelen, dan vliegt men terug met een mondneusmasker en afgezonderd in het vliegtuig", aldus RIVM-baas Jaap van Dissel.

KLM en andere luchtvaartmaatschappijen hadden laten weten dat door de sneltestverplichting niet alle bestemmingen haalbaar waren, doordat het beleid in de praktijk niet uitvoerbaar bleek.