De nieuwe regeling voor starters die het kabinet donderdag heeft aangekondigd voorziet niet in steun voor starters die na 30 juni met hun bedrijf zijn begonnen. Deze ondernemers vallen buiten de boot, zo gaven ministers Wopke Hoekstra (Financiën), Wouter Koolmees (Sociale Zaken) en Bas van 't Wout (Economische Zaken) te kennen.

De bewindvoerders lieten weten dat het onmogelijk is om voor iedereen maatwerk te leveren, waardoor er nu dus een groep niet in aanmerking komt voor de nog in te voeren regeling.

In de tweede helft van het jaar groeide het aantal nieuwe bedrijven met 10 procent vergeleken met dezelfde periode in 2019, aldus de Kamer van Koophandel. Afgelopen december was de toename van het aantal starters met een plus van 19 procent het grootst.

De startersregeling staat vooralsnog gepland voor mei, al werd een vervroegde openingsdatum van het loket vanaf door de ministers niet uitgesloten.

De regeling wordt grotendeels gebaseerd op de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en geldt voor starters die tussen 1 januari en 30 juni een bedrijf begonnen zijn. De referentieperiode voor de omzet van deze nieuwe bedrijven is het derde kwartaal van vorig jaar.

De groep die in het eerste kwartaal van 2020 start is gegaan, komt dit kwartaal ook nog in aanmerking voor de reguliere Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). In het tweede kwartaal komt dit te vervallen en geldt alleen startersregeling.

Daarnaast is er voor starters een coronaoverbruggingskrediet van maximaal 35.000 euro beschikbaar. Voor deze kredieten is een totaalbedrag van 70 miljoen euro gereserveerd. Het demissionaire kabinet verwacht dat de nieuwe regeling voor starters tussen de 55 en 70 miljoen euro per kwartaal kost.