Nederland heeft in 2020 volgens ramingen voor een recordbedrag aan landbouwgoederen geëxporteerd. Daarmee bleef de landbouwexport op peil in een jaar waarin de totale goederenexport met zo'n 7 procent onderuitging, zo blijkt vrijdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De groei van de exportwaarde van landbouwgoederen komt vooral op conto van hogere exportprijzen, aangezien het exportvolume vorig jaar afnam. Ook de waarde van producten van eigen bodem was in 2020 iets lager.

Dat de exportwaarde van landbouwgoederen toch hoger uitviel, komt ook door de toename van de wederuitvoer. Het gaat daarbij om ingevoerde producten die Nederland vervolgens weer in nagenoeg onbewerkte staat verlaten. Doordat deze tijdelijk in Nederlands bezit zijn, is er geen sprake van doorvoer.

De landbouwexport in 2020 komt naar verwachting uit op 95,6 miljard euro, waarvan 68,3 miljard van eigen bodem. De wederuitvoer had een waarde van 27,3 miljard euro. Daarmee komen de exportverdiensten naar schatting uit op 41,9 miljard euro.

Evenals een jaar eerder werd in 2020 het meest verdiend aan sierteelt, vlees, zuivel en eieren. Daarvan zat vorig jaar alleen de sierteelt in de lift. Andere stijgers waren fruit en veevoer. Duitsland blijft met afstand de belangrijkste afzetmarkt, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk en België