Bijna twee derde van de Nederlandse werkgevers staat terughoudend tegenover het aannemen van sollicitanten met psychische gezondheidsproblemen, blijkt uit maandag openbaar gemaakt onderzoek van de Universiteit van Tilburg. Ook als de sollicitant nu geen last meer heeft van die klachten, blijven veel werkgevers huiverig.

Uit het onderzoek onder leidinggevenden in alle Nederlandse sectoren blijkt dat 64 procent bedenkingen heeft bij het in dienst nemen van een ​​sollicitant met bijvoorbeeld depressie-, burnout-, angst- of stressklachten. Toch heeft slechts 7 procent van de managers zelf negatieve ervaringen met dergelijke medewerkers, 52 procent heeft zelfs positieve ervaringen.

Van de ondervraagde managers is 30 procent terughoudend om ​​sollicitanten, van wie bekend is dat ze ooit psychische problemen hebben gehad, in dienst te nemen. Dat betekent volgens hoofdonderzoeker Kim Janssens dat "zelfs na herstel het stigma aan hen blijft kleven, wat kan leiden tot arbeidsdiscriminatie".

Beren die de leidinggevenden op de weg zien zijn dat ze niet weten hoe ze de werknemer moeten helpen (39 procent) en hoe ze met de werknemer moeten omgaan (19 procent). Ook vragen zij zich vaak af wat de mogelijke negatieve invloed is op de werksfeer (40 procent).

Het onderzoek is uitgevoerd door Tranzo, het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van de Tilburg University. Het verschijnt binnenkort in een vooraanstaande wetenschappelijke publicatie in het Verenigd Koninkrijk.