Grote Nederlandse steden willen meer mogelijkheden om te kunnen optreden tegen beleggers die huizen opkopen. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven zeggen maandag dat een wetsvoorstel daarover van minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) niet ver genoeg gaat.

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om in een bepaald gebied een opkoopbescherming in te voeren voor koopwoningen. Op deze manier kan worden voorkomen dat huizen in handen van beleggers vallen en dat starters en doorstromers er niet aan te pas komen.

De opkoopbescherming geldt voor een termijn van drie jaar. Die termijn vinden de steden te kort, omdat de schaarste op de woningmarkt over drie jaar zeker nog niet voorbij zou zijn. Ook wordt volgens de gemeenten met het huidige voorstel het probleem van malafide verhuurders niet opgelost.

De steden pleiten voor een regeling die overal in de stad toegepast kan worden en waarmee de hoogte van de huur meteen ook aangepakt kan worden. De gemeenten benadrukken wel blij te zijn dat er aandacht voor de problematiek op de woningmarkt is.