De gemiddelde huizenprijs is in het vierde kwartaal van afgelopen jaar opgelopen naar 365.000 euro. Daarmee ligt de verkoopprijs van een gemiddelde woning 11,6 procent hoger dan een jaar eerder, zo blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs (NVM).

Vooral voor vrijstaande woningen moest in het laatste kwartaal van 2020 fors meer betaald worden, aangezien de prijzen in een jaar tijd met 14,1 procent zijn opgelopen. De gemiddelde verkoopprijs van een tussenwoning viel 12,6 procent hoger uit.

De prijzen worden onder meer opgedreven door de krapte op de woningmarkt, die volgens NVM nog nooit zo ernstig was. Op peildatum 15 november stonden 25.519 huizen te koop, bijna een derde minder dan in dezelfde periode een jaar eerder. Woningen stonden in het vierde kwartaal daardoor gemiddeld 85 dagen te koop, terwijl dat in dezelfde periode een jaar eerder nog 117 dagen was.

In Hardenberg en Zutphen stegen de prijzen ten opzichte van 2019 met respectievelijk 21,7 en 20,5 procent het hardst. In de regio Amsterdam werd met 3,4 procent de kleinste prijsstijging van Nederland genoteerd. Volgens NVM is dat terug te voeren op het feit dat de hoofdstad veel appartementen telt en sowieso al een hoog prijsniveau kende.

Een andere trend die de makelaarsvereniging aanstipt is de trek van de Randstad naar landelijke gebieden, vooral in Zuidwest-Friesland en Zuidoost-Drenthe. In 2020 keken bijna tweemaal zoveel Randstedelijke kopers verder dan Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland.

Voor 2021 rekent NVM op weinig doorstroming op de woningmarkt, vooral omdat er dit jaar naar verwachting minder nieuwbouwwoningen bij komen dan in 2020.