De consumentenprijzen in Nederland zijn vorig jaar met 1,3 procent gestegen. Vooral voor elektriciteit en brandstoffen werd in 2020 minder betaald, schrijft het het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag.

Met name de prijzen voor energie en brandstof gingen afgelopen jaar omlaag, wat de inflatie duidelijk drukte. De prijs voor elektriciteit was vorig jaar 39,6 procent lager dan in 2019. Dit kwam vooral door de verhoging van de heffingskorting die met de energierekening verrekend wordt.

Gas was in het afgelopen jaar 2,6 procent duurder. Dit komt door verhogingen van de energiebelasting en de opslag duurzame energie (ODE). De gemiddelde prijs van energie voor consumenten werd in 2020 bijna 12 procent lager.

De prijs van benzine lag vorig jaar 5,2 procent lager dan een jaar eerder. Diesel was 8,8 procent goedkoper. Waar de consument in 2019 nog gemiddeld 1,647 euro voor een liter benzine betaalde, was dat afgelopen jaar 1,562 euro. De literprijs voor diesel ging aan de pomp van 1,356 euro omlaag naar 1,237 euro.

Sigaretten en shag werden flink duurder

Voor voeding in de supermarkt werd vorig jaar in doorsnee iets meer betaald. De stijging was met 2 procent wel minder stevig dan een jaar eerder toen eten en drinken in doorsnee 4,3 procent duurder werd, vooral als gevolg van het hogere btw-tarief.

Verder werden sigaretten en andere rookwaren afgelopen jaren duurder door accijnsverhogingen. Met een prijsstijging van bijna 20 procent voor shag en dik 10 procent voor sigaretten was sprake van de grootste prijsstijging voor rookwaren sinds 2004. De accijns op 50 gram shag werd in 2020 met 2,50 euro verhoogd. Op een pakje van twintig sigaretten werd 1,14 euro extra accijns geheven.