2020 was voor eigenaren van zonnepanelen net geen recordjaar. De opbrengst was vorig jaar afhankelijk van de locatie in Nederland bijna 8 tot 18 procent hoger dan verwacht, blijkt donderdag uit berekeningen van de Universiteit Utrecht. Dat komt doordat 2020 een relatief zonnig jaar was.

Uit eerdere berekeningen van het KNMI blijkt dat de zon in 2020 ongeveer 2.025 uur scheen, terwijl dat normaal gesproken 1.639 uur is. Daarmee staat 2020 op de derde plek van zonnigste jaren sinds het begin van de waarnemingen.

Vooral eigenaren van zonnepanelen in Vlissingen profiteerden flink van die zon, daar was de opbrengst dit jaar namelijk het hoogst. Als je naar de meeropbrengst kijkt, dan profiteerde vooral het zuiden. Daar scheen de zon net wat meer dan verwacht dan in andere regio's.

In 2018 was sprake van een recordopbrengst. Hoewel de zon toen iets meer scheen dan vorig jaar, was het ook door de hitte moeilijk om in 2020 dat record te breken. Hitte leidt tot een wat lager rendement voor zonnepanelen en 2020 was een uitzonderlijk warm jaar.

Uit eerdere cijfers van Energieopwek.nl, een platform dat de productie van duurzame energie in Nederland bijhoudt, bleek al dat de hoeveelheid duurzame energie in Nederland vorig jaar flink is gegroeid. De hoeveelheid duurzame energie, in de vorm van stroom en warmte, steeg met 24 procent. Dat komt voornamelijk doordat er veel nieuwe zonnepanelen en windmolens werden geplaatst, zoals het windpark Borssele.