Het ABP en het zorgpensioenfonds PFZW, de twee grootste pensioenfondsen van Nederland, hoeven dit jaar de pensioenuitkeringen niet te verlagen. Dit komt doordat de dekkingsgraden eind 2020 hoog genoeg waren, zo melden de fondsen maandag.

Bij het ABP kwam de dekkingsgraad eind december 2020 volgens de eerste raming uit op meer dan 92 procent en bij het PFZW op ruim 91 procent. Was de dekkingsgraad bij een van de fondsen onder de kritieke grens van 90 procent gezakt, dan was een verlaging van de pensioenen noodzakelijk geweest. Hoe hoog de dekkingsgraad exact was aan het einde van afgelopen jaar, wordt op 21 januari bekendgemaakt.

Het ABP keert pensioenen uit aan voormalige leerkrachten en andere ambtenaren. Lange tijd dreigde het fonds de pensioenuitkeringen te moeten verlagen, omdat het mogelijk niet genoeg geld in kas zou hebben aan het einde van afgelopen jaar.

De dekkingsgraad is de verhouding tussen het bedrag dat een pensioenfonds in kas heeft en het bedrag dat het moet uitkeren aan huidige en toekomstige pensioenen. Eerder dit jaar dook die graadmeter bij het ABP geruime tijd onder de 90 procent.

Reden voor de moeilijke situatie van het ABP is onder meer dat het wel behoorlijke rendementen op beleggingen haalde, maar dat de lage rente hen dwarszat. Eerder al maakte het pensioenfonds bekend dat het de pensioenpremie moet verhogen. Een verlaging van de pensioenuitkeringen is echter van de baan.

Ook bij PFZW, dat pensioenen uitkeert aan zorgpersoneel, spande het erom of de dekkingsgraad hoog genoeg was op 31 december.