Het had wat voeten in de aarde, maar in de nacht van donderdag op vrijdag om 0.00 uur (Nederlandse tijd) neemt het Verenigd Koninkrijk na 48 jaar echt afscheid van de Europese Unie. Op 31 januari van dit jaar werd al half afscheid genomen, maar volgde nog een overgangsperiode van elf maanden.

Na negen maanden van moeizaam onderhandelen was er vorige week eindelijk witte rook over een handelsovereenkomst, de Brexit-deal. Daarmee wordt de handel tussen het grootste deel van het vasteland van Europa en het eiland vormgegeven, zonder het VK als onderdeel van de EU.

"Brexit is geen eind, maar een begin", zei de Britse premier Boris Johnson vlak nadat zijn parlement de Brexit-deal goedkeurde.

Toen het VK zich in 1973 aansloot bij de EU ging het economisch gezien dramatisch slecht met het land. De eigenzinnige Britten zijn nooit lid geweest van de eurozone, de EU-landen die de euro als munteenheid hebben. De Britten hebben hun pond.

Vanaf 1 januari 2021 maken ze ook geen deel meer uit van de interne markt, of douane-unie van de EU. Dat zal ongetwijfeld leiden tot gedoe aan de grenzen en meer administratie leidt doorgaans tot hogere kosten, aan beide zijden van de grens.

Net als toen het VK zich aansloot bij de EU, staat het land er ook nu economisch gezien niet florissant voor. Het is een van de Europese landen waarvan de economie de grootste klappen heeft gekregen in de huidige coronacrisis.