De Nederlandse economie stond in 2020 als gevolg van de coronacrisis vooral in het teken van ongekende krimp en groei. Maar de groei was bij lange na niet sterk genoeg om de krimp teniet te doen, en ook de laatste maanden van het jaar zullen het tij niet keren. Het bruto binnenlands product (bbp) kromp in de eerste drie kwartalen van 2020 met 4,1 procent ten opzichte van de eerste drie kwartalen van 2019, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag.

Het was vooral de consument die debet was aan de krimp, doordat deze minder uitgaf. Dat was echter geen vrije keuze "door het beperken van de consumptiemogelijkheden door overheidsmaatregelen, zoals sluiting van horecagelegenheden". Maar ook de investeringen daalden.

Vóór de uitbraak van de COVID-19-pandemie stond de Nederlandse economie er goed voor. Zo was de werkloosheid laag en waren de overheidsfinanciën op orde. Dat veranderde plotsklaps in maart. Er kwamen in het voorjaar en de zomer 150.000 werklozen bij. Met name jongeren waren de klos.

Ook bedrijven leden pijn, waarbij de hardste klappen voor de luchtvaart waren. Meteen bij de uitbraak in maart kelderde het aantal passagiers en in april stond het vliegverkeer nagenoeg stil. In die maand waren er slechts 134.000 passagiers, terwijl dat er een jaar eerder nog 6,9 miljoen waren.

Sindsdien is het op de vliegvelden wat drukker geworden, maar meer dan een derde van het normale niveau werd het nooit.

Openbaar vervoer zag ongekende krimp

Ook het openbaar vervoer kreeg een ongekende krimp voor de kiezen, onder meer door het thuiswerken. In april en mei was nog 20 procent van de reizigers over. Daarna werd het in bus en trein wat drukker, maar de normale niveaus kwamen nooit meer in zicht.

Andere getroffen bedrijfstakken waren de horeca, met een min van 33 procent, en dienstverlenende bedrijven, waaronder die in de cultuursector (-23 procent).

Kabinet gaf 20 miljard euro coronahulp aan bedrijfsleven

Bij de uitbraak in maart tuigde het kabinet een coronasteunpakket op. Onder meer loonsteun, tegemoetkoming in de vaste lasten en een uitkering voor zzp'ers moesten de schade voor de economie beperken. Tussen maart en eind september gaf de overheid hier al 20 miljard euro aan uit.

Hoewel dat pijn deed voor het huishoudboekje van de Staat, zorgde het inderdaad voor minder schade. Het aantal faillissementen was historisch laag. Met nog één week te gaan in 2020 stond de bankroetteller op 3.700, wat 15 procent minder is dan vorig jaar.

Vakantiebranche hard geraakt, woningmarkt ongedeerd

Hoewel de vakantiebranche hard is geraakt door de pandemie en de lockdown, kreeg een deel van de sector in de zomer een kleine boost.

Nederlanders trokken in de zomervakantie massaal naar bungalows, hotels en campings in eigen land. Daardoor kregen accommodaties dit jaar 'slechts' 8 procent minder gasten van eigen bodem over de vloer. Het aantal buitenlandse gasten tuimelde wel, met meer dan 50 procent.

Opvallend is dat de woningmarkt zich volledig aan de malaise onttrok. De woningprijzen stegen 'gewoon' door, met 7,7 procent. Daarnaast wisselden meer woningen van eigenaar dan vorig jaar. In de eerste elf maanden van dit jaar veranderen 206.000 bestaande koopwoningen van eigenaar, 5,5 procent meer dan het jaar ervoor.