Werkgevers kunnen hun werknemers volgend jaar beter geen vooraf betaalde reiskostenvergoeding betalen. Door de aanhoudende onzekerheid rond het coronavirus moeten ze kiezen voor een vergoeding per daadwerkelijk gereden kilometer, adviseert hr- en salarisdienstverlener ADP dinsdag in een analyse van de arbeidsvoorwaarden en vergoedingen voor het nieuwe jaar.

De regels voor de reiskostenvergoeding veranderen per 1 februari. Vanaf die datum mogen werkgevers de reiskosten onbelast voor een heel jaar vergoeden aan werknemers die minstens 128 dagen (60 procent van alle werkdagen in een jaar bij een volledige dienstbetrekking) naar kantoor komen.

ADP adviseert om in plaats daarvan 19 eurocent per gereden kilometer te vergoeden. Vanwege alle onzekerheid en de roep om sowieso meer thuis te blijven werken, is het heel lastig om vooraf te bepalen of die 128 dagen op kantoor ook echt gehaald gaan worden.

Ook de Brexit en het nieuwe pensioenstelsel zorgen voor veranderingen op de loonstrookjes, schrijft het ADP in de analyse. Het pensioenakkoord biedt onder meer een verruiming van de mogelijkheden tot vervroegd uittreden. Werkgevers mogen werknemers die daarvoor kiezen nu een bedrag ter overbrugging meegeven zonder dat er nog een heffing van 52 procent betaald moet worden.

Werknemers die na Nieuwjaar in dienst treden en in het Verenigd Koninkrijk wonen, vallen nu onder de noemer 'derdenlanden'. Om te bepalen waar een werknemer verzekeringsplichtig is, kunnen werkgevers gebruikmaken van het verdrag ter voorkoming van dubbele sociale zekerheid dat Nederland heeft afgesloten met het VK.