In Nederland vonden vorig jaar 93.000 arbeidsongevallen plaats die dusdanig zwaar waren dat werknemers ten minste vier dagen niet konden werken. Dat zijn er vrijwel net zoveel als in de twee jaar daarvoor, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag op basis van cijfers van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden.

In 2019 liep 3,3 procent van alle werknemers tussen de 15 en 75 jaar lichamelijk letsel of geestelijke schade op bij een ongeval op het werk. Ruim de helft van hen was de volgende dag weer aan het werk. Een op de drie werknemers die een ongeval hadden gehad, bleef minstens vier dagen thuis.

Met 93.000 incidenten lag het aantal arbeidsongevallen vorig jaar iets hoger dan twee jaar geleden, toen er ongeveer 91.000 voorvallen waren, en op hetzelfde niveau als in 2017. Dat waren er beduidend meer dan in de jaren daarvoor. Zo waren er in 2015 nog 73.000 incidenten. Niet alleen zijn er sindsdien meer mensen aan de slag gegaan, er vinden ook gemiddeld meer ongevallen per werknemer plaats.

Veel incidenten waren het gevolg van uitglijden, struikelen, een verkeerde beweging of te zwaar tillen. Bij een kwart van de ongevallen was sprake van psychische overbelasting, bijvoorbeeld door stress of intimidatie.

Bijna de helft van de ongevallen gebeurde in de zorg, industrie en handel. Dit komt mede doordat in die bedrijfstakken veel mensen werken. Relatief gezien vonden in de logistiek, de bouw, het afvalbeheer en bij waterbedrijven de meeste ongevallen plaats. De ICT en energiesector tellen relatief de minste incidenten.