De rechters van de rechtbank Den Haag doen op 26 mei 2021 een uitspraak in de zaak die Milieudefensie heeft aangespannen tegen Shell. Donderdag was de laatste zittingsdag en hielden de twee partijen hun slotpleidooien. Milieudefensie wil via de rechter afdwingen dat Shell meer doet om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen.

Milieudefensie voert de zaak mede namens zeventienduizend burgers en zes andere organisaties, waaronder Greenpeace en Jongeren Milieu Actief. Ze eisen dat Shell zijn CO2-uitstoot zodanig vermindert, dat die in lijn is met het klimaatakkoord van Parijs.

In dat akkoord spraken wereldleiders eind 2015 af dat ze zich zullen inspannen om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden en bij voorkeur tot 1,5 graden ten opzichte van het pre-industriële tijdperk.

CO2 houdt warmte vast en door toedoen van mensen is de hoeveelheid van het broeikasgas in de atmosfeer met bijna de helft toegenomen. Om de klimaatdoelen te bereiken, moet de uitstoot wereldwijd fors omlaag.

De eisers in de zaak willen dat de rechtbank de multinational verplicht de uitstoot waarvoor het bedrijf verantwoordelijk is uiterlijk in 2030 met 45 procent te verminderen. Dat geldt zowel voor de uitstoot van alle activiteiten van het bedrijf als voor de uitstoot als gevolg van de verbranding van de fossiele brandstoffen die Shell uit de grond haalt en verkoopt.

Ook Shell erkent de gevaren van klimaatverandering, maar de advocaten van het concern vinden dat bedrijven niet via de rechter tot klimaatdoelen verplicht kunnen worden. Dat is een zaak van de overheid, stellen zij. Shell vindt bovendien dat het bedrijf binnen de sector een voorloper is op het gebied van duurzame energie.

Milieudefensie vindt echter dat Shell de komende jaren nog te veel olie en gas wil winnen en daarmee "op ramkoers ligt" met de internationale klimaatdoelstellingen. De organisatie hoopt dat de rechtszaak tegen Shell een wereldwijde verandering in gang kan zetten.