De EU en de lidstaten zijn het eens geworden over nieuwe visquota voor het eerste kwartaal van 2021, zo heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) donderdag bekendgemaakt. De afspraken gelden alleen voor de eerste drie maanden, omdat de EU nog met het Verenigd Koninkrijk in overleg is over een handelsakkoord, waarin ook afspraken worden gemaakt over visserij.

Nederlandse vissers mogen in januari, februari en maart in ieder geval 25 procent van de jaarquota van afgelopen jaar vangen. Van vis die niet het gehele jaar kan worden gevangen, zoals makreel en blauwe wijting, mag 40 tot 65 procent worden opgevist in de eerste drie maanden van komend jaar.

In welke wateren de Nederlanders mogen vissen, is echter nog onduidelijk. De komende weken probeert de EU afspraken te maken met de Britten en de Noren over de toegang van Europese vissers tot hun wateren. Ook met Noorwegen gaat dat moeizamer dan voorheen, doordat Oslo eerst wil weten wat het voor de visserij betekent als het Verenigd Koninkrijk op 1 januari ook in de praktijk de EU verlaat.

Weliswaar zijn de Britten al op 31 januari uit de EU gestapt, maar tot het einde van dit jaar is nog sprake van een overgangsperiode. Brussel en Londen onderhandelen nu over hoe de handelsrelatie er na de jaarwisseling uit moet zien.

Die onderhandelingen lopen stroef, onder meer doordat beide partijen het niet eens kunnen worden over regels voor de visserij. De EU wil dat het VK vissers uit andere landen toestemming geeft om in Britse wateren te vissen. De Britten willen juist zelf kunnen bepalen wie ze toelaten tot hun wateren.