De Nederlandsche Bank (DNB) verwacht dat de economie dit jaar met 4,3 procent krimpt. Volgend jaar en in 2022 groeit hij weer met 2,9 procent per jaar. Dat meldt DNB maandag op basis van zijn halfjaarlijkse ramingen. De werkloosheid loopt volgend jaar fors op, naar vermoedelijk 6,5 procent.

Hoewel een economische krimp van 4,3 procent historisch groot is, is het toch minder erg dan eerdere prognoses. Dit komt met name doordat de Nederlandse economie in het derde kwartaal sterk herstelde van de harde klap die het in het tweede kwartaal kreeg door de uitbraak van de coronacrisis.

In het vierde kwartaal is door de tweede coronagolf weer sprake van een krimp. Deze zal minder sterk zijn dan bij de eerste lockdown in het voorjaar. Dat komt volgens Olaf Sleijpen, directeur Monetaire Zaken bij DNB, onder meer doordat de wereldeconomie minder hard achteruit is gegaan dan destijds. Daarnaast speelt mee dat de contactbeperkende maatregelen minder streng zijn dan in het voorjaar.

De extra lockdownmaatregelen die het kabinet maandagavond naar verwachting bekendmaakt, zullen weinig invloed hebben op de economische krimp van dit jaar, verwacht DNB.

Ondanks de verwachte extra maatregelen denkt Sleijpen dat er licht is aan het einde van de tunnel, vooral vanwege de vaccins die eraan komen. Uiteindelijk verwacht hij dat de economie in het derde kwartaal van 2022 terug is op het niveau van eind vorig jaar, vóór de uitbraak van COVID-19.

Werkloosheid loopt verder op

De werkloosheid loopt dit jaar op naar 4,0 procent. Maar daar waar de economie volgend jaar alweer groeit, neemt het aantal werkenden juist af. DNB denkt dat de werkloosheid in 2021 fors stijgt en uitkomt op gemiddeld 6,5 procent van de beroepsbevolking. Het jaar erop zakt het weer naar 6,0 procent. Vooral flexwerkers raken hun baan kwijt.

Om de impact van de pandemie op de Nederlandse economie te beteugelen, heeft het kabinet een uitgebreid pakket met steunmaatregelen opgetuigd, waaronder de NOW- en Tozo-regeling. Deze maatregelen zorgen voor extra overheidsuitgaven, waardoor dit jaar sprake is van een begrotingstekort van 6,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Vorig jaar was er een overschot van 1,7 procent.

"De verslechtering van de overheidsfinanciën is daarmee substantieel, maar blijft binnen economisch aanvaardbare grenzen", aldus DNB in een toelichting. Dat het kabinet recent heeft besloten om het steunpakket voor bedrijven uit te breiden, is niet meegenomen.

Bovenstaande percentages zijn gebaseerd op de 'centrale raming', zoals De Nederlandsche Bank het noemt. Omdat de ontwikkeling van de COVID-19-pandemie tamelijk onvoorspelbaar is, heeft DNB nóg twee scenario's doorgerekend: een milde en een zware variant.

In het milde scenario, waarin het virus sneller onder controle is dan nu wordt gedacht, is volgend jaar sprake van een groei van de economie van 4,9 procent. De werkloosheid loopt volgend jaar op, maar iets minder hard dan in de centrale raming: 6,2 procent.

In het zware scenario, waarbij er langdurig strikte contactbeperkende maatregelen zijn, wordt de economie volgend jaar slechts 0,2 procent groter dan in 2020. De werkloosheid stijgt naar gemiddeld 6,9 procent in 2021 en het jaar erop zelfs naar 7,4 procent.

Daling huizenprijzen is van de baan

Eerder dit jaar voorspelde DNB dat de prijzen van koopwoningen in 2021 zouden dalen als gevolg van de pandemie. De ontwikkelingen op de woningmarkt zijn echter gunstiger dan verwacht. Dat komt vooral doordat de werkloosheid minder hard is opgelopen en doordat de hypotheekrentes niet zijn gestegen, maar juist verder zijn gedaald.

"Op dit moment zijn er geen indicaties dat de gemiddelde huizenprijs in Nederland op kort termijn zal dalen", aldus DNB. Naast de eerder genoemde oorzaken, komt dit tevens door het grote woningtekort. Ook het steunbeleid van het kabinet vangt een groot deel van de schok op, waardoor De Nederlandsche Bank niet verwacht dat woningprijzen binnen afzienbare tijd dalen.