Het blijft verboden om dit jaar met Oud en Nieuw vuurwerk af te steken. Dat heeft de rechtbank in Den Haag vrijdag beslist in een zaak die was aangespannen door Stichting Vuurwerkdealers Nederlands Consumentenvuurwerk (SVNC), waarin zo'n 150 ondernemers zich hebben verenigd.

Zij konden zich niet vinden in de beslissing van het kabinet om het afsteken van lichter vuurwerk dit jaar te verbieden. Met het verbod wil de politiek voorkomen dat de zorg tijdens de jaarwisseling extra belast wordt, terwijl de sector het al zeer druk heeft met de behandeling van coronapatiënten.

Volgens de vuurwerkverkopers zal het met de overbelasting wel meevallen, omdat het zwaardere vuurwerk - zoals vuurpijlen en knalvuurwerk - sowieso al verboden is. Dergelijk vuurwerk leidde in het verleden tot de meeste verwondingen, aldus de SVNC.

Een ander bezwaar is dat pas zeer laat in het jaar is besloten tot een verbod. Medio november werd de maatregel aangekondigd. De vuurwerkverkopers hadden toen al veel voorraden ingekocht. Doordat de ondernemers die niet meer kunnen verkopen, lijden ze naar eigen zeggen onevenredig veel schade.

Dat er 40 miljoen euro compensatie komt, vinden de verkopers niet afdoende, onder meer omdat de steun niet concreet genoeg is. Ook is de maatregel volgens hen niet toegespitst op de vuurwerkverkopers.

De rechter ging niet mee in hun bezwaren. De compensatie is volgens de rechtbank afdoende, aangezien vorig jaar voor 77 miljoen euro is afgestoken, inclusief het vuurwerk dat dit jaar sowieso al verboden is. Ook denkt de rechter dat het vuurwerkverbod wel degelijk leidt tot minder verwondingen en samenscholingen.

Het landelijk vuurwerkverbod geldt alleen voor deze jaarwisseling. De gemeente Rotterdam besloot eerder dit jaar een permanent verbod in te stellen. Daartegen kwam branchevereniging voor vuurwerkverkopers BPN in verweer. De rechter gaf de gemeente echter gelijk. BPN heeft besloten voorlopig niet in hoger beroep te gaan.