Huiseigenaren betalen volgend jaar gemiddeld bijna 820 euro aan gemeentelijke woonlasten. Het gaat dan om onroerendezaakbelasting (ozb), afvalstoffen- en rioolheffing. Dat is 4,1 procent meer dan de woningeigenaren dit jaar betalen, meldt Vereniging Eigen Huis (VEH) op basis van een steekproef onder 112 gemeenten.

Vooral de afvalstoffenheffing stijgt hard, met gemiddeld 7,5 procent. In 35 van de 112 onderzochte gemeenten is de stijging zelfs meer dan 10 procent. Uitschieter is Oss, waar het tarief met ruim 38 procent wordt verhoogd. Ook Urk en Bunschoten doen er 30 procent of meer bovenop. In elf gemeenten gaat de belasting juist naar beneden. Dit is het geval in onder andere Arnhem en Midden-Drenthe.

Volgens de belangenvereniging voor woningeigenaren komen de hogere afvalstoffenheffingen doordat gemeenten zelf meer moeten betalen voor het laten storten en verbranden van afval. Vorig jaar ging dit tarief omhoog van 13 naar 31 euro per ton. Met dat hogere bedrag wil de landelijke overheid recycling bevorderen.

Ozb stijgt minder hard dan afvalheffing

De ozb neemt minder hard toe dan de afvalbelasting, met een stijging van gemiddeld 3,2 procent. VEH wijst erop dat er uitzonderingen zijn. Zo verhoogt de gemeente Bergen op Zoom de onroerendezaakbelasting met maar liefst 27,3 procent. Ook de gemeenten Hellevoetsluis en Middelburg doen er een flinke schep bovenop, van meer dan 20 procent. Daar tegenover staan zestien gemeenten die hun ozb-tarief juist naar beneden schroeven. Hardste daler is Beverwijk, waar het tarief met 5,7 procent daalt.

"Een jaarlijkse toename van de ozb ruim boven de inflatie lijkt de nieuwe realiteit te zijn. Als de minister gemeenten niet steunt met meer geld voor maatschappelijke zorgtaken, dan kan het bijna niet anders dan dat deze belasting volgend jaar omhoog schiet", zegt VEH-directeur Karsten Klein. Hij doelt daarmee op het feit dat gemeenten steeds grotere tekorten hebben bij bijvoorbeeld de jeugdzorg en daarom de ozb-tarieven verhogen.