De horeca herstelde zich in zomermaanden grotendeels van de klap in het tweede kwartaal, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hotels, restaurants en cafés zagen in het derde kwartaal hun inkomsten stijgen met gemiddeld 103,6 procent in vergelijking met het kwartaal ervoor. Van een volledig herstel was geen sprake: de omzet lag nog altijd 12,2 procent lager dan in de zomer van 2019.

Belangrijkste oorzaak van de extreme stijging is dat de horeca in het tweede kwartaal deels dicht moest. Daardoor kreeg de sector tussen begin april en eind juni een ongekende daling van 53,4 procent voor de kiezen.

In juli, augustus en september mochten de bedrijven de gehele periode open zijn. De kroegen profiteerden daar het meeste van. Zij kwamen uit op een plus van 164 procent in vergelijking met het kwartaal ervoor. Wel waren de verkopen nog altijd 10,1 procent lager dan vorig jaar.

Ook plekken om te overnachten, zoals hotels en vakantieparken, zagen de omzet hard stijgen, met gemiddeld 153,5 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Dat veel Nederlanders dit jaar besloten om in eigen land vakantie te vieren, heeft hier ongetwijfeld aan bijgedragen. De inkomsten waren in vergelijking met vorig jaar wel 19,7 procent lager.

Van alle branches in de horeca waren de fastfoodrestaurants de enige die hogere verkopen haalden dan vorig jaar, met een stijging van 0,9 procent. In vergelijking met een kwartaal eerder kwamen de fastfoodbedrijven uit op een plus van gemiddeld 43,5 procent.

Vanwege de tweede coronagolf zijn veel horecabedrijven sinds 14 oktober weer gesloten. Er bestaat grote twijfel of de eet- en drinkgelegenheden überhaupt dit jaar nog open mogen.