De overheid heeft sinds het uitbreken van de coronacrisis al voor 62,7 miljard euro aan leningen en garantstellingen toegezegd. Het financiële risico dat de overheid loopt, komt daarmee in totaal op 245,5 miljard euro en dat is bijna evenveel als op het hoogtepunt van de kredietcrisis. Dat heeft de Algemene Rekenkamer becijferd in een woensdag gepubliceerd rapport.

Op het hoogtepunt van de kredietcrisis was de zogeheten blootstelling van de overheid ruim 250 miljard euro. Het grootste deel van de bedragen nu betreft garantstellingen van in totaal 60,9 miljard euro. Ook is voor 1,8 miljard euro aan leningen verstrekt. "Zo is er geld geleend aan Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, aan de Stichting Garantiefonds Reisgelden, KLM en de Waddenveren."

In de afgelopen maanden zijn vooral tientallen miljarden toegezegd aan coronagerelateerde steun aan fondsen van de Europese Unie. Ook gaan er miljarden naar de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO), die ervoor moet zorgen dat banken de geldkraan naar het mkb en middelgrote ondernemingen openhouden.

KLM heeft tot en met eind augustus bijna 2,2 miljard euro aan garantstellingen gekregen en er is 1 miljard euro direct door de overheid aan het bedrijf geleend.

Het kabinet schat dat op alle tientallen miljarden aan leningen en garanties op termijn 2,6 miljard euro schade wordt geleden. Het grootste deel daarvan is ook toe te schrijven aan de GO. Verder valt op dat het kabinet relatief gezien het risico van het mkb hoog inschat. Voor borgstellingen is 735 miljoen euro uitgetrokken, daarvan komt naar verwachting 203 miljoen euro niet terug.

Kabinet heeft zich niet altijd aan de eigen regels gehouden

De Algemene Rekenkamer merkt op dat het kabinet zich bij het toekennen van de verschillende bedragen niet in alle gevallen aan de eigen regels heeft gehouden. In zes gevallen heeft geen toetsing vooraf plaatsgevonden. "De aanscherping van de regels is destijds niet voor niets geweest", zegt een woordvoerder van de rekenkamer, verwijzend naar de kredietcrisis.

Het instituut constateert dat de ministers niet altijd op tijd of in sommige gevallen zelfs helemaal niet de onderliggende informatie aan de Tweede en Eerste kamer hebben gestuurd. Het parlement moet de garantieregelingen en leningen goedkeuren en moet daarvoor van tevoren goed geïnformeerd worden, aldus het controlerend orgaan.

De rekenkamer doet de aanbeveling dat het kabinet het parlement jaarlijks op de hoogte houdt over de stand van zaken met betrekking tot de financiële schade.