Koopwoningen zijn in de maand oktober maar liefst 9,1 procent duurder geworden vergeleken met een jaar eerder. Dat is de grootste prijsstijging in bijna twee jaar. Een huis kost nu gemiddeld 350.244 euro, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag.

De huizenmarkt trekt zich niets aan van de coronacrisis. De prijsstijgingen lijken juist steeds forser te worden. "Dit past niet bij een crisis", constateert hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. "In de vorige crisis was zelfs sprake van een prijsdaling. Nu gebeurt het tegenovergestelde."

De huizenprijzen zitten al jaren in een stijgende lijn. Vorig jaar zwakte de stijging iets af, maar sindsdien gaat het juist weer harder omhoog. In september kwam de prijs van een bestaande koopwoning uit op gemiddeld 345.443 euro. In oktober steeg de prijs zo'n 5.000 euro tot ruim 350.000 euro.

"Dat is het hoogste niveau ooit." Het CBS kijkt daarbij naar de gemiddelde prijsontwikkeling, waarbij het effect van de mix aan huizen eruit wordt gehaald. "Als er bijvoorbeeld meer vrijstaande woningen worden verkocht, vertekent dat het beeld. Dat effect is hieruit gehaald", legt Van Mulligen uit.

In augustus 2019 was de prijsstijging 5,7 procent. "Dat is nog flink, maar het leek er toen op dat de huizenmarkt een beetje afkoelde", aldus de econoom. "Sinds begin dit jaar lopen de prijzen echter weer fors op en nu dreigt echt oververhitting."