De arbeidsparticipatie onder jongeren is na de grote daling van het tweede kwartaal weer iets gestegen. Toch hebben nog altijd veel minder 15- tot 25-jarigen betaald werk dan een jaar geleden, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag.

Het percentage werkende jongeren steeg alleen bij de groep jongeren die onderwijs volgt. 57,8 procent van hen had het afgelopen kwartaal betaald werk, tegenover 55,8 procent in het tweede kwartaal. Het aandeel werkende jongeren die ook onderwijs volgen schommelde sinds 2018 rond de 60 procent, totdat de coronacrisis begon.

Onder jongeren die geen onderwijs volgen, steeg het percentage werkenden niet. Dat lag in het derde kwartaal op 76,3 procent, even hoog als in het tweede kwartaal. In het derde kwartaal van 2019 lag het aandeel op 79,1 procent.

Het CBS ziet wel vaker dat de nettoarbeidsparticipatie in het derde kwartaal toeneemt bij jongeren die onderwijs volgen. In 2019 steeg die participatie van 61,4 procent in het tweede kwartaal naar 62,0 procent in het derde kwartaal. Dit jaar was de toename wat groter. Het lijkt erop dat die jongeren vooral aan de slag zijn gegaan als laders, lossers, vakkenvullers en verzorgenden, want die beroepsgroepen waren in het derde kwartaal groter dan in het tweede kwartaal én groter dan in hetzelfde kwartaal van 2019.

De nettoarbeidsparticipatie van 25- tot 75-jarigen is sinds het begin van de coronacrisis licht gedaald. In het laatste kwartaal van 2019 lag dat aandeel op 69,7 procent en het afgelopen kwartaal was dat 69,4 procent.