De pensioenfondsen ABP en PFZW hadden eind oktober beide een dekkingsgraad van onder de 90 procent. Dat blijkt uit cijfers die de pensioenfondsen voor ambtenaren en de zorg maandag publiceren. Als dat aan het eind van het jaar nog het geval is, moeten ze korten op de pensioenen.

Het grootste fonds van Nederland, ABP, had per eind oktober een actuele dekkingsgraad van 87 procent, bij PFZW was dat 87,5 procent.

"Uitgaande van de huidige dekkingsgraad is het nog steeds reëel dat we de pensioenen moeten verlagen", zegt een woordvoerder van ABP. "We zien wel dat de beurzen het in de eerste twee weken van november weer beter doen, maar het schommelt enorm."

Zorgpensioenfonds PFZW, met in totaal 2,9 miljoen deelnemers, liet vorige week ook al weten dat de pensioenpremies omhoog moeten. Dat gebeurt per 1 januari komend jaar en het jaar daarop. Met name de lage rente zou daar debet aan zijn. Ook dit fonds houdt er rekening mee dat er komend jaar gekort moet worden.

Pensioenfondsen PME en PMT, voor de metaal en techniek, hebben beide wel een dekkingsgraad van boven de 90 procent. Bij PME stond die eind oktober op 92,6 procent, bij PMT op 91,2 procent.

De dekkingsgraad van een pensioenfonds geeft de verhouding aan tussen wat er in kas is en wat er uitgekeerd moet worden. Een dekkingsgraad van 100 procent zou betekenen dat er voor elke euro die uitgekeerd moet worden 1 euro in kas is.

Omdat de regels zijn versoepeld, hoeven fondsen nu pas te korten bij een dekkingsgraad van minder dan 90 procent, waar dat eerder 100 procent was.