Het geld dat verdiend wordt met de verhuur van een deel van de eigen woning is alleen vrijgesteld van belasting als de huurder staat ingeschreven op dat adres. Dat heeft de Hoge Raad vrijdag bepaald.

Volgens de Belastingdienst, dat tegen een eerdere uitspraak van het gerechtshof in beroep ging, is de kamerverhuurvrijstelling bedoeld om het aanbod aan studentenkamers te vergroten en niet voor verhuur via Airbnb.

"Het arrest sluit aan bij het standpunt van de Belastingdienst dat de kamerverhuurvrijstelling in dit soort situaties niet van toepassing is", laat de dienst weten in een reactie op de uitspraak. Eerder had het gerechtshof geoordeeld dat inschrijven op het adres door de huurder niet nodig was om in aanmerking te komen voor de vrijstelling.

"Het oordeel van het gerechtshof is volgens de Hoge Raad onjuist. De wettelijke inschrijvingseis heeft niet slechts een bewijsfunctie maar is een voorwaarde voor toepassing van de kamerverhuurvrijstelling", stelt de beroepsinstantie nu. Dit betekent dat als iemand niet op het adres staat ingeschreven, 70 procent van de inkomsten uit de verhuur tot het inkomen moet worden gerekend.

De zaak kwam aan het rollen toen een Airbnb-verhuurder bezwaar maakte tegen een navordering van de Belastingdienst, waarbij een beroep werd gedaan op de kamerverhuurvrijstelling.