Bijna zeven op de tien studenten in het hoger onderwijs hadden vorig jaar een studielening, blijkt dinsdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Sinds de invoering van het leenstelsel in 2015 zijn ieder jaar meer studenten gaan lenen.

Rond 2010-2011 had volgens het CBS ongeveer een op de vijf studenten van achttien jaar oud een lening. In 2016-2017, na de invoering van het leenstelsel, was het aandeel gegroeid naar drie op de vijf.

Studenten lenen gemiddeld 700 euro per maand. Ongeveer 85 procent heeft een bijbaan. Hoe jonger de student, hoe hoger het bedrag dat hij of zij gemiddeld leent of aan bijverdiensten overhoudt.

Het percentage studenten met een bijbaan is niet veranderd, maar het bedrag dat zij verdienen is wel gestegen. Volgens het CBS komt dat deels doordat ze meer uren zijn gaan maken en deels door de verhoging van het minimumloon.

Het CBS wijst erop dat de coronacrisis de bijverdiensten van studenten onder druk zet, omdat ze relatief vaak in hard getroffen sectoren werken. De meesten hebben een baantje in de (detail)handel - bijvoorbeeld als vakkenvuller, verkoop- of kassamedewerker - of doen uitzendwerk.