De prijzen van koopwoningen zijn vorige maand weer verder gestegen. Een huis werd 8,6 procent duurder, de grootste prijsstijging sinds januari 2019. Een gemiddeld huis kost nu 345.443 euro, blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster.

De huizenprijzen trekken zich niets aan van de coronacrisis en blijven stijgen, nu zelfs met het hoogste percentage sinds januari vorig jaar.

"Het aantal faillissementen blijft ook klein, de werkloosheid zit nog onder de 4,5 procent, de mensen hebben nog inkomen", zegt econoom Frank Notten van het CBS, die het evengoed "bijzonder" noemt dat de prijzen zo hard blijven stijgen in deze crisistijd.

In de maand september wisselden 20.601 huizen van eigenaar, een toename van 12,5 procent vergeleken met een jaar eerder. In de eerste negen maanden van dit jaar werden 168.708 woningen verkocht, ruim 6 procent meer dan in de eerste drie kwartalen van 2019.

Prijzen nu hoger dan ooit tevoren

Na een piek in augustus 2008 - voor de vorige crisis - daalden de prijzen van bestaande koopwoningen. In juni 2013 werd het dieptepunt bereikt. Sindsdien lopen de prijzen weer op. Nu zijn de prijzen hoger dan ooit tevoren.

"Vergeleken met het dal in juni 2013 lagen de prijzen in september 52,5 procent hoger", aldus het CBS.