De Nederlandse zeehavens verwerkten in de eerste zes maanden van dit jaar flink minder olie en kolen. Ook werden er minder voertuigen en erts aan- en afgevoerd. Dat blijkt uit cijfers die het CBS maandag heeft gepubliceerd.

In totaal is de hoeveelheid goederen in de zeehavens, waaronder Rotterdam, Amsterdam en Terneuzen, gedaald met bijna 10 procent in vergelijking met de eerste helft van 2019. Werd in de eerste zes maanden van vorig jaar nog 311 miljoen ton goederen geladen en gelost, in de eerste zes maanden van dit jaar kwam dat uit op 281 miljoen ton.

Steenkool was de hardste daler, met een min van 36 procent. Ook de hoeveelheid erts kromp flink, met 12 procent. Bedrijven die ruwe olie en olieproducten verwerken, kregen eveneens een afname voor de kiezen, van respectievelijk 6,5 en 13,4 procent. De hoeveelheid voertuigen nam af met 16 procent.

Hoewel de uitbraak van de COVID-19-pandemie een belangrijke rol speelt bij de afname, is dat niet enige verklaring voor de daling van de hoeveelheid goederen. Zo verwerkten de zeehavens in de tweede helft van vorig jaar ook al minder lading. Onder meer door de sluiting van diverse energiecentrales in Duitsland staat bijvoorbeeld de aanvoer van kolen in de Rotterdamse haven al geruime tijd onder druk.